Edit this companyThis company is listed at

A.T.M. Oirschot B.V. - Oirschot

De Scheper 309, 5688 HP Oirschot, Netherlands
Phone + (0)0499 573457 , Fax 0499-574258
Chamber of Commerce: 17057676
www.atmoirschot.nl

Do you like to see similar companies?

About us

Company description

ATM Oirschot biedt hoogwaardige oppervlaktebehandeling van aluminium en RVS onderdelen, en kan daarnaast onderdelen reinigen en cleanroom verpakken. De organisatie en de innovatieve diensten van ATM onderscheiden zich door excellente kwaliteit, betrouwbaarheid en flexibliteit. ATM is een strategische samenwerkingspartner van gespecialiseerde industrieën die in kleine series topkwaliteit machineonderdelen bouwen voor eindklanten als ASML, Philips, FEI, Applied Materials, Novellus.

ATM is gespecialiseerd in het behandelen van onderdelen in kleinere serie's en afmetingen. De maatvoering speelt hierbij een grote rol; wij anodiseren maatvast. Dat betekent dat de onderdelen vooraf gecontroleerd worden op de meest nauwkeurige maat. Dit doen wij met behulp van de meest moderne technieken in een geconditioneerde meetkamer waarbij o.a. gebruik wordt gemaakt van een 3D-meetmachine en Laserapparatuur. Na de behandeling wordt dezelfde maat weer gekontroleerd om zeker te zijn dat het proces goed is verlopen.

Ook worden veel produkten aansluitend aan het proces cleanroom verpakt zodat deze direkt gemonteerd kunnen worden bij de afnemer zonder opnieuw gereinigd hoeven te worden. De cleanroom heeft een stofklasse 10.000.

Wij werken volledig volgens ISO 9002.
De totale chemie wordt gekontroleerd door een extern bureau om een zo exact mogelijke badsamenstelling te behouden wat weer ten goede komt aan de kwaliteit.

Location

News items

No news in this moment

Products

Products

* anodiseren
* hardanodiseren
* chromateren
* passiveren
* (ultrasoon) reinigen
* cleanroom verpakken

Services

ATM onderscheidt zich door een hoge kwaliteit en een zeer goede (lever)betrouwbaarheid. Voor spoedorders is een 24 uurs service mogelijk.

ATM Mould Cleaning
Bij ATM Mould Cleaning doen wij het reinigen en cleanroom verpakken van onderdelen, voornamelijk t.b.v. de chipindustrie. Diverse specifikaties zijn mogelijk.
De produkten worden ultrasoon gereinigd en intensief gespoeld in uiterst schoon demi-water met een geleidbaarheid kleiner dan 3 micro Siemens.

Deze bewerking vindt plaats in een cleanroom klasse 10.000.
Het proceswater wordt in eigen beheer geproduceerd met een zeer hoge kwaliteit. Zie foto's.
Tijdens alle stappen worden alle blinde gaten ook onder druk gespoeld om een kompleet schoon onderdeel te verkrijgen wat vervolgens wordt gedroogd en aansluitend cleanroom verpakt , voorzien van identificatie labels.
De perslucht die gebruikt wordt is gefilterd tot 0,5 micron en voldoet daardoor aan de cleanroom normen.
Maximale afmetingen voor dit proces zijn 900x850x800 mm en een gewicht tot 1.000 kg.
De produkten kunnen zijn van RVS, Aluminium, kunststof, geanodiseerd aluminium, keramiek, glas, messing, etc.

Tevens worden bij ons produkten gereinigd volgens speciale procedures voor toepassing in UHV (Ultra High Vacuum).
Hierbij wordt onder andere bij aluminium een speciale etsbewerking toegepast waardoor het produkt "atomair" schoon is.
Zie foto's van onze cleanroom produktie-afdeling.


Bij dit proces zijn wij in staat om binnen de cleanroom produkten te behandelen met afmetingen tot 1250x1250x1250 mm en een gewicht tot 1.000 kg.
Voor alle processen kunnen wij ook kleinere produkten (tot 300x200x100 mm) in stofklasse 1.000 leveren.

Alle gegevens van baden, apparatuur, perslucht, schoonmaakwerkzaamheden etc. zijn vastgelegd in een logboek en worden systematisch uitgevoerd en geregistreerd om een garantie te kunnen geven op het uitgevoerde proces.


De door ons behandelde produkten worden aangeleverd door machinefabrieken, gereedschapmakerijen en gaan uiteindelijk naar eindgebruikers als ASM Lithography, ASM International, FEI,Applied Materials, Intel etc.



Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.
Part A.T.M. Oirschot B.V.

Competences

Materials

  • Aluminium (alloys)
  • Stainless steel

Special production facilities

  • ATM is gespecialiseerd in het maatvast anodiseren. Het reinigen van onderdelen vindt plaats in een speciaal daartoe ontwikkelde cleanroom.

    Passiveren
    Wat is roestvast staal?

    Roestvast staal is de groepsnaam van een aantal ijzerlegeringen met als voornaamste bestanddelen chroom en nikkel, met als hoofdeigenschap een grote weerstand tegen corrosie. Deze zullen dus niet zo gauw roesten of door bepaalde chemicaliën worden aangetast. De benaming roestvrij is niet helemaal juist, beter is roestvast of corrosievast staal.


    Typen roestvast staal.

    Men kan bij roestvast staal drie hoofdgroepen onderscheiden, namelijk:

    ferritisch

    martensitisch

    austenitisch (het meest voorkomend bij ATM, deze zijn corrosievaster dan de rest)
    De eerste twee groepen vat men samen onder de naam chroomstalen en de derde groep noemt men chroomnikkelstalen.

    Waarom is roestvast staal roestvast?

    Herhaalde onderzoekingen hebben aangetoond dat het roestvast zijn van de roestvaste staalsoorten wordt verkregen door een bepaald chroomgehalte.
    Wanneer men staalsoorten met een opklimmend chroomgehalte met elkaar vergelijkt, dan blijkt een vrij plotselinge en duidelijk waarneembare verandering van de eigenschappen op te treden bij 12% chroom.
    Een toename van het chroomgehalte geeft een sterke daling van de corrosie in de atmosfeer.
    Er zijn voor dit verschijnsel diverse verklaringen opgesteld.
    De eerste verklaring is dat op alle staalsoorten een dunne, doorzichtige oxidefilm aanwezig is, die zich aan de lucht vormt. Door een zeker gehalte aan chroom wordt deze oxidefilm steeds dichter en geslotener en bij een chroomgehalte van 12% en hoger is de oxidefilm geheel gesloten, zodat het onderliggend metaal tegen corroderende invloeden wordt beschermd. Het roestvaste staal is dan passief. Deze oxidefilm is doorzichtig en uiterst dun; deze omvat slechts enkele atoomlagen. Deze laag is niet altijd aanwezig. Heeft men het roestvaste staal namelijk mechanisch bewerkt of chemisch gebeitst, dan is de oxidelaag geheel of gedeeltelijk verdwenen en het duurt dan enige tijd voordat deze zich weer spontaan heeft hersteld. In die soms zeer korte tijd is het roestvaste staal niet roestvast. De vormingssnelheid is sneller naarmate het chroomgehalte hoger is. Voorts is gebleken dat bepaalde legeringselementen de vorming van deze passieve laag kunnen versnellen. De hier beschreven passiviteit kan alleen worden bereikt op metallisch blank roestvast staal. Wanneer een dikke oxidelaag, zoals een gloei- of walshuid, aanwezig is, of wanneer er vuil of corrosieprodukten het roestvaste staal bedekken en dus van de lucht afsluiten, kan zich op die plaats geen passieve toestand instellen.


    Factoren die de corrosie van roestvast staal beïnvloeden.

    de samenstelling

    het type

    de structuur

    het milieu

    vervuiling

    ruwheid van het oppervlak


    Corrosievormen van roestvast staal.

    Roestvast staal zal, onder de juiste omstandigheden gebruikt en in het juiste type toegepast, in veel gevallen in het geheel geen corrosieverschijnselen vertonen. Ook deze groep materialen heeft echter zijn grenzen en als deze worden overschreden zal zich toch corrosie voordoen.
    Er zijn verschillende vormen zoals:

    Oppervlaktecorrosie

    Hoge temperatuurcorrosie

    Pitting (Putcorrosie)

    Interkristallijne corrosie

    Knife line attack

    Spleetcorrosie

    Spanningscorrosie

    Corrosievermoeiïng

    Andere corrosievormen

    1. Oppervlaktecorrosie is een proces dat zich redelijk gelijkmatig afspeelt over het hele oppervlak. Dit soort corrosie kan optreden in zuren. Het materiaal wordt geleidelijk dunner. Dit soort corrosie is voorspelbaar, omdat men de corrosiesnelheid door een eenvoudige dompelproef in het betreffende milieu en onder de heersende omstandigheden kan uitvoeren.
    2. Wanneer gewoon staal langzaam wordt verhit vertoont het aanloopkleuren van geel tot blauw, die afhankelijk zijn van de toegepaste temperatuur. Ook roestvast staal vertoont zulke kleuren, maar om dezelfde kleur te krijgen als bij gewoon koolstofstaal is een veel hogere temperatuur nodig. Chroom is het voornaamste legeringsbestanddeel dat oxidatieweerstand geeft. Er vormt zich een beschermende Cr2O3 - film door selectieve oxidatie van het chroom. Om de bescherming in stand te houden is het belangrijk dat voldoende chroom aanwezig is. Het blijkt dat voor echt langdurige oxidatieweerstand het chroomgehalte in de buurt van 25% moet liggen als het materiaal regelmatig temperaturen van 1000 graden bereikt.
    3. Pitting is een plaatselijke aantasting van materialen, waardoor putten of poriën ontstaan, die in veel gevallen leiden tot perforatie. Verreweg de meeste putcorrosie van roestvast staal wordt veroorzaakt door chloride of chloor. Vooral hypochloriet (bleekwater) is bijzonder agressief.
    4. Interkristallijne corrosie is corrosie langs de korrelgrenzen (kristalgrenzen) van het metaal. De kristallen komen daardoor los te liggen en het materiaal verliest zijn samenhang. Bij deze corrosievorm hoeft maar weinig materiaal te corroderen om toch een sterke aantasting te veroorzaken. Interkristallijne corrosie treedt vooral op als gevolg van warmte-effecten.
    5. Met de naam "knife line attack" wordt een vorm van messcherpe aantasting aangeduid, die zich soms dicht naast de lasnaden van met niobium gestabiliseerd roestvast staal voordoet. Het schijnt dat ook hier de vorming chroomcarbide voor dit corrosieverschijnsel verantwoordelijk is.
    Er zijn twee remedies:
    Het gebruik van niet-gestabiliseerd roestvast staal
    Een dubbele gloeibehandeling: 2 uur op 1060 graden, afschrikken in water en 2 uur op 870 graden weer gevolgd door afschrikken.
    6. Spleetcorrosie treedt op in spleten, waar twee onderdelen van een constructie zijn samengevoegd, in puntlasnaden, in boutverbindingen, maar ook onder vuilafzetting. De maatregelen om dit te voorkomen zijn van constuctieve aard: voorkom spleten. De keuze van een goed type roestvast staal is eveneens belangrijk.
    Een andere mogelijkheid is het schilderen van kathodische oppervlakken in de omgeving van spleten.
    7. Spanningscorrosie uit zich als plotseling optredende scheuren als gevolg van inwendige of aangelegde spanning in het materiaal, gecombineerd met een corrosieve omgeving. De voornaamste oorzaken zijn: "chloride cracking" veroorzaakt door chloride-oplossingen bij hoge temperaturen en "caustic cracking" door alkaliën in hoge concentratie en bij hoge temperatuur.
    Het bestrijden van spanningscorrosie kan op drie manieren:

    Verminder inwendige of externe spanning

    Kies gunstiger omstandigheden (temperatuur, milieu)

    Gebruik staalsoorten met een hoger gehalte aan nikkel en/of molybdeen.
    8. Corrosievermoeiïng is een verschijnsel dat optreedt bij een mechanische wisselbelasting in een corrosieve omgeving. Dit corrosieve milieu laat een vermoeiïngsbreuk ontstaan die anders niet of pas na veel langere tijd zou optreden.
    9. Erosieve corrosie is een corrosievorm die versneld wordt door bijvoorbeeld vloeistoffen met een hoge stromingssnelheid, waarin harde, slijtende deeltjes voorkomen. Dit komt vooral voor in pijpleidingen.
    Galvanische corrosie, wordt veroorzaakt door twee aan elkaar gekoppelde metalen die een verschillende edelheid hebben. Dit komt bij roestvast staal weinig voor, omdat dit in passieve toestand zelf als een edel metaal reageert.
    Cavitatie corrosie treedt op in zeer snel stromende vloeistoffen, waarin luchtledige holten ontstaan, die direct daarna weer dichtklappen. Het komt voor in leidingen, pompen en op scheepsschroeven met roestvast stalen bladranden.

    Mechanische oppervlaktebehandelingen.

    Onder mechanische oppervlaktebehandelingen verstaat men bewerkingen waarbij kracht op het oppervlak wordt uitgeoefend. Deze kracht bewerkt aan het roestvaste staaloppervlak verspaning (slijpen), dan wel vervorming (polijsten). Voor roestvast staal zijn van belang:


    slijpen

    borstelen

    polijsten

    trommelen

    stralen
    In het algemeen wordt na een mechanische oppervlaktebehandeling gepassiveerd.

    Reinigen.

    Op het oppervlak van roestvast staal kunnen diverse verontreinigingen voorkomen, die moeten worden verwijderd, hetzij om een volgende bewerking mogelijk te maken, dan wel voor de afwerking van een eindproduct. De voornaamste groepen verontreiniging die op roestvast staal kunnen worden aangetroffen zijn:

    Conserveringsoliën en -vetten. Ter bescherming tegen corrosie tijdens opslag of transport.

    Oliën en vetten gebruikt voor mechanische bewerkingen.

    Resten slijp- en polijstpasta.

    Lijmresten van beschermfolie.

    Oude verflagen.

    Kool- en verbrandingsresten van (vloeibare) brandstoffen in verbrandingsmotoren.

    Oxidehuid bijvoorbeeld walshuid.

    Corrosieproducten, veroorzaakt door fout gebruik of verkeerde materiaalkeuze.

    Oude conversielagen, zoals fosfaatlagen of oxalaatlagen.

    Vreemde metaaldeeltjes.

    Vloeimiddelen van zacht en hard solderen.

    Beschikbare reinigingsmethoden.

    Het aantal beschikbare reinigingsmethoden voor roestvast staal is groot. Veel van deze methoden zijn algemeen bekend en worden in de metaalindustrie ook op andere metalen toegepast. Daarnaast bestaan er echter methoden die speciaal voor roestvast staal zijn ontwikkeld. De volgende methoden komen voor roestvast staal in aanmerking:


    Solventreiniging (reinigen in oplosmiddel)

    Dampontvetten

    Alkalisch reinigen in diverse uitvoeringsvormen

    Reinigen met detergenten en chelateermiddelen

    Emulsiereinigen

    Stoom- en heetwaterreinigen ("steam cleaning")

    Reinigen met hogedrukwater

    Ultrasoon reinigen

    Keuze van reingingsproces.

    Conserveeringsoliën en -vetten kan met alle hierboven vernoemde methoden
    Bewerkingsoliën en -vetten
    alkalisch reinigen
    stoomreinigen
    ultrasoon reinigen
    Slijp- en polijstpasta
    alkalisch reinigen
    ultrasoon
    Lijmresten
    solventreinigen
    soms dampontvetten
    Oude verflagen
    speciale verfafbijtmiddelen
    Kool- en verbrandingsresten
    speciale reinigingsmethoden
    Oxidehuid
    mechanisch reinigen
    beitsen
    speciale reinigingsmethoden
    Corrosieprodukten
    zelfde methoden als bij oxidehuid
    Oude conversielagen
    zelfde methoden als bij oxidehuid
    Vreemde metaaldeeltjes; niet hechtend
    alkalisch reinigen
    stoomreinigen
    ultrasoonreinigen
    hechtend
    methoden vernoemd onder oxidehuid
    passiveren in salpeterzuur
    Vloeimiddelen
    Indien alleen hars
    solventreinigen
    alkalisch reinigen
    Indien geen resultaat
    beitsen

    Beitsen en Passiveren.

    Het beitsen van roestvast staal in min of meer verdunde zuren of zuurmengsels heeft tot doel het verwijderen van de tijdens warmtebehandelingen ontstane oxide op het oppervlak van het werkstuk (bv. gloeihuid, walshuid, smeedhuid, aanloopkleuren). Dit verwijderen kan eventueel ook mechanisch door stralen of slijpen, maar aan de chemische verwijdering door beitsen wordt vooral voor grote oppervlakken of voorwerpen meestal de voorkeur gegeven. In het algemeen is het gebruikelijk gebeitst roestvast staal na het spoelen een passiveerbewerking te laten ondergaan, ter verbetering van de corrosieweerstand. Ook bij roestvast staal bestaat de gloeihuid voornamelijk uit ijzeroxiden en wel uit drie lagen van verschillende dikte en van verschillende samenstelling. Naast ijzeroxiden komen in deze laag ook chroomoxiden en, in het geval van austenitische roestvaste staalsoorten, ook nikkeloxiden voor. Daardoor en omdat de oxidelaag is ontstaan bij hoge temperatuur, is deze heel moeilijk oplosbaar in zuren. Toch moet de oxidelaag verwijdert worden zonder dat het metaaloppervlak te sterk wordt aangetast. Nu is de oxidelaag vrij poreus en het beitszuur kan daardoor gemakkelijk door de poriën heen dringen op het metaaloppervlak. Van het metaal wordt een kleine hoeveelheid in het zuur opgelost waardoor de oxidelagen hun hechting verliezen, zodat zij makkelijk door borstelen, spuiten met een waterstraal of een andere behandeling kunnen worden verwijderd. Om aantasting van het metaaloppervlak door de beitsvloeistof te voorkomen, moet men de voorwerpen niet langer dan nodig is in het beitszuur laten. Gewaarschuwd moet worden voor "overbeitsen" bij roestvaste stalen, hetgeen putvormige aantasting van het metaal kan veroorzaken, zodat het niet meer bruikbaar is. De meest voorkomende beitszuren zijn gebaseerdop zwavelzuur, salpeterzuur, zoutzuur en fluorwaterstofzuur.

    Spoelen.

    Spoelen is vaak nog een verwaarloosde bewerking bij oppervlaktebehandelingen. Toch is spoelen één van de belangrijkste bewerkingen voor het verkrijgen van een goed eindresultaat.

    Beitsen met Beitspasta.

    Bij grotere voorwerpen, die vervaardigd zijn uit blank roestvast staal en waaraan gelast is, is beitsen van het gehele oppervlak vaak lastig en soms zelfs ongewenst. Men wil alleen de lasnaden reinigen. Het gebruik van beitspasta kan dan uitkomst geven. Met de pasta wordt de lasnaad behandeld, waarbij de oxidehuid (mechanisch) wordt verwijdert.

    Passiveren.

    Onder normale omstandigheden hoeft roestvast staal niet gepassiveerd te worden, omdat het door zijn samenstelling, vooral het chroomgehalte, zelf een uiterst dunne, maar gesloten oxidehuid vormt. Als door bewerking zoals beitsen of verspannen deze passieve huid is verdwenen, vormt zich, al naar de samenstelling van het roestvaste staal in een periode van enige minuten tot enige dagen een nieuwe passiveerlaag. Aanvankelijk is de passiviteit nog niet volledig; de dunne oxidefilm ontwikkelt zich aanvankelijk snel, maar tegen het eind veel langzamer. Gedurende die periode is het roestvaste staal minder corrosievast. De passiveerbewerking heeft tot doel de passiviteit snel te herstellen, voordat zich roest heeft kunnen vormen. Er is echter nog een andere reden waarom men passiveert. Meestal wordt dit uitgevoerd in een salpeterzuuroplossing, waarmee dan tevens sporen van ijzer en andere vreemde metalen, die op het oppervlak zijn achtergebleven, verwijdert. In veel gevallen is deze eindreiniging zelfs belangrijker dan het herstellen van de passiviteit zelf. Het passiveren is een uitermate belangrijke bewerking die steeds na mechanische behandelingen en beitsbewerkingen moet worden uitgevoerd om de optimale corrosieweerstand te verkrijgen. Na passiveren mag men de produkten niet met blote handen aanraken omdat vingerafdrukken een koolstofverbinding (dus verontreiniging) bevat, en dus de corrosieweerstand vermindert evenals vet, vuil en inkt.

    Drogen.

    Drogen bij natte oppervlaktebehandelingen kan alleen succesvol verlopen in aansluiting op een goede spoeltechniek. Drogen is op een groot aantal manieren mogelijk. Al naar de aard van het produkt moet men letten op droogsnelheid, kans op corrosie in natte toestand en het onstaan van droogvlekken. In veel gevallen wordt, als laatste bewerking vóór het drogen, gespoeld in heet water. Dit heetwaterspoelbad is in verband met de energiekosten een niet-doorstromend spoelbad. Eigenlijk is het dus geen spoelbad, maar de voorwerpen behoren al volledig gespoeld te zijn voor ze in het heetwaterbad worden gedompeld. In feite mag dit bad geen verontreinigingen meer opnemen; doet het dit wel, dan kan men zelfs een oorspronkelijke spoelkwaliteit weer teniet doen.
    Dikwandige voorwerpen drogen na uitnemen uit het hete spoelbad door de eigen opgenomen warmte. Dunwandige voorwerpen hebben daarvoor een te geringe warmte-inhoud. Het drogen daarvan kan worden bevorderd door afblazen met (warme) lucht, door de rekken met voorwerpen in een droogoven te brengen of door een droogtunnel te voeren.

    Hardanodiseren
    Wat is hardanodiseren?

    De definitie van anodiseren is: het langs kunstmatige weg aanbrengen van een oxidelaag op aluminium door een elektrolytische behandeling, waarbij het aluminium als pluspool; als anode fungeert. In ons geval is de elektrolyt zwavelzuur.
    Eigenlijk is het hardanodiseerproces een variatie van het anodiseerproces. Echter de werkomstandigheden worden zodanig veranderd dat harde, dikke en zeer slijtvaste anodiseerlagen worden verkregen.

    Waarom hardanodiseren?

    Hardanodiseren wordt toegepast wanneer zeer hoge eisen worden gesteld betreffende:


    slijtvastheid

    hardheid

    corrosievastheid

    (elektro)isolerend vermogen (doorslagspanning tot 1200V)
    Bij ATM werken wij volgens het Martin Hard Coat proces en de UN-D 1419 norm. De temperatuur is laag, tussen -3 en 0 graden Celsius. De stroomdichtheid is ongeveer tweemaal zo groot als bij het zwavelzuuranodiseren en ligt tussen 200 en 250 A/m2.
    Wij kunnen laagdikten bereiken tot max. 100 micron, maar de standaard laagdikte is 25 micron. Deze laagdikte kunnen we ook maatvast behandelen. ( zie hoofdstuk aanleveren produkten).

    Nabehandeling.

    Net als bij anodiseren is het hier ook mogelijk om de produkten in te kleuren. Echter omdat na het hard - anodiseerproces de produkten al donkerder uit het bad komen dan bij normaal anodiseren, en omdat hard - anodiseerlagen minder poreus zijn, is het inkleuren niet altijd even succesvol en is de kleur in het algemeen donkerder. De laagdikte (hoe dikker de laag hoe donkerder het produkt) en de aluminiumlegering is hier van essentieel belang. Ook is het mogelijk om de produkten te voorzien van een tefloncoating. Dit bevorderd de slijtvastheid en het produkt wordt gladder. De produkten worden bij ons standaard gesealed, dit omdat sealen juist een positieve invloed heeft op de corrosiewering van de laag (en hier worden de meeste produkten voor gebruikt).

    Welke norm hanteert ATM?

    Wij hard-anodiseren volgens de UN-D 1419 norm
    Bijvoorbeeld: hard-anod. 50 mu UN-D 1419 a +/- 5 mu.
    Dit betekent: - hard-anod. : het produkt wordt gehardanodiseerd
    - 50 mu : de laag is 50 micron
    - UN-D 1419: de laag voldoet aan deze eisen.
    +/- 5 mu : een tolerantie op de laagdikte van + 5 micron tot - 5 micron.
    Wij zullen de belangrijkste punten van deze norm even oplichten:
    Eisen:
    De testen zullen uitgevoerd worden op de produkten die zijn gehardanodiseerd. Wanneer de produkten niet voor testdoeleinden kunnen worden gebruikt, worden speciale onderdelen gebruikt van hetzelfde materiaal en krijgen dezelfde ehandeling als de produkten.
    Kleur:
    Men dient rekening te houden dat bij blank hard-anodiseren de kleur aan de oxidelaag varieert van lichtgrijs tot donkerbruin.
    Hardheid:
    De hardheid bij 15 mu hard-anodiseren is 450 hardheid Vickers.

    Hoe produkten aan te leveren om te hard-anodiseren vlgs. UN-D 1419:

    Regelmatig worden wij gebeld door leveranciers met de vraag "Hoe moeten wij produkten aanleveren die moeten worden hard-geanodiseerd?"
    Alvorens te vertellen hoe wij bij ATM hardanodiseerwerk behandelen en hoe we het beste resultaat kunnen halen, eerst iets over de laagvorming.
    Zoals bekend wordt er bij anodiseren en hard-anodiseren een laag gevormd in het oppervlak van het aluminium.
    Deze laag vormt zich echter niet alleen op het oppervlak, maar ook erin.
    Afhankelijk van de materiaalsoort verandert de opgroei/ingroei verhouding.
    Er zijn echter ook legeringen zoals 28STt waar geen opgroei plaatsvindt en de totale laag in het materiaal groeit.
    Bij hard-anodiseren van de materialen T633, 51ST en 50ST kunnen wij zeggen dat de opgroei/ingroei verhouding ongeveer 1:1 is. Dit houdt in dat bij een laagdikte van 25 micron de opgroei 12 micron is.
    Bij andere legeringen ligt deze verhouding anders. Heeft U een produkt van een andere samenstelling, neem dan gerust kontact op met ons. Bij ATM kunnen wij hard-anodiseerwerk tot en met 25 micron maatvast behandelen Dikkere lagen moeten derhalve over/ondermaats worden aangeleverd.
    Wanneer werkstukken met kritische passingen geanodiseerd moeten worden zijn er 3 oplossingen om er zorg voor te dragen dat na hard-anodiseren de maten niet buiten het tolerantieveld raken:

    Maskeren kritische passingen.

    Minder dan maatvast etsen:
    nadeel:
    * Oppervlak wordt ruwer (afhankelijk van weg te etsen materiaaldikte, legering).
    * Bepaalde "onrondheid" in passinggat.

    Maatvoering voorverspanen aanpassen.
    Wat te doen bij bijvoorbeeld 50 micron hard-anodiseren van een produkt met een gat 26H7 (0 - 21 micron) van het materiaal T633 ? We gaan ervan uit dat de eindmaat 26,010 moet worden. Dit houdt in dat U aanlevert op 26,050. Wij etsen 10 micron, zodoende komt het gat op 26,060. Hierna wordt het produkt hard-geanodiseerd 50 micron, waarvan de opgroei 50 % is per zijde. In diameter wordt het gat dan dus 50 micron kleiner en zal eindigen op 26,010.
    Voor assen geldt het omgekeerde.
    In het kort: Bij materiaal T633, 50ST en 51ST produkten aanleveren met een over/ondermaat van 10 micron minder dan die op de tekening wordt gevraagd en uitgaande van het midden van de passing.
    Nu is het ondoenlijk om voor alle aangeleverde produkten de kleinste in proces te meten passing te meten, vooral als deze overmaats is aangeleverd. Wij kunnen alleen die gaten meten die groter zijn dan 6 mm. Produkten met overmaatse passingen kleiner dan 6 mm zullen derhalve door ons niet te controleren zijn. Raadzaam is daarom om bij overmaatse gaten een kaliber, een meetrapport of meetpen bij te leveren, zodat wij de overmaatse maat kunnen controleren.
    Bij onduidelijkheden of eventuele vragen, graag even bellen met ATM 0499 573457.